Over passie en ambitie in het onderwijs

Bijgewerkt: 5 jan 2019

Interview met Koen Daniëls


Situering: dit interview kadert in een bredere discussie van wat de maatschappelijke rol en opdracht van een school is. Wij vernauwen die discussie tot de mate waarin het onderwijs ook rekening moet houden met de vereisten van een belangrijke “afnemer”: de bedrijven. Die laatsten zijn niet altijd tevreden over de inzetbaarheid van afgestudeerden van middelbare en hogere opleidingen. De standpunten van onderwijs zijn bekend: een school moet een brede vorming geven, het bedrijfsleven verandert zo snel dat als we te nauw aansluiten bij de praktijk we juist moeilijker inzetbare mensen afleveren.

(Wij hadden een hoop vragen voorbereid zoals dat gaat bij een interview. Maar met een spraakwaterval als Daniëls die zijn vak tot in de puntjes beheerst kan je die opzij leggen. Hij praat over onderwijs op een zodanig holistische en analytische manier dat alle voorbereide vragen aan bod komen, ook op plaatsen waar je ze niet vermoedde. Maar de openingsvraag hebben we alvast gehaald.)


GeenPoespas: Daaruit vloeit meteen de eerste vraag voort: kan je dat inderdaad vernauwen of heb je het toch ook over “naburige” kwesties zoals normen en waarden, achterstandsbestrijding, bevorderen van integratie die ook invloed hebben op de inzetbaarheid van mensen in het bedrijfsleven?


Koen Daniëls: De opdracht van onderwijs is om naast vaardigheden, attituden en (vak)kennis ook waarden en normen bij te brengen zoals luisteren naar elkaar, gelijkheid man vrouw, vrijheid van meningsuiting, maar ook attituden zoals ondernemingszin.


GeenPoespas: In onze ervaring met onderwijs, scholen en lesgeven leerden wij dat er een continuüm is tussen twee typen leerkrachten, directies in tandem met hun bestuur zijn: het ene type is autonoom, “no matter what” de overheid inclusief koepels en de minister van Onderwijs verzint. Zij besturen op een ondernemende manier hun school en vullen de voorziene vrije ruimte in hun school en naar de noden van hun school op een creatieve manier in.

Het tweede type is er een van “vakjes afvinken”. Als de checklist, opgelegd door één of andere structuur waaronder onderwijskoepels, klopt, gaan zij ervan uit dat zij dan hun werk hebben gedaan. Toch ben ik van mening dat de overheid eerder het tweede type beloont dan de ondernemende, autonomie zoekende school. En dat terwijl dat eerste type mentaal en operationeel dichter bij het bedrijfsleven staat. Hoe ziet u dat?


Koen Daniëls: Louter inhoud geven is inderdaad niet de juiste aanpak. Passie overbrengen voor je vak doe je door in de eerste plaats je vak inhoudelijk te beheersen, de vakdidactische knepen kunnen toepassen en door wat ik noem klasmanagement. Het beheersen van groepsdynamiek is daarbij heel belangrijk. Een leraar die met kennis en passie lesgeeft, is evenmin angstig. Die angst om niet aan de eindtermen te voldoen en “vakjes af te vinken” -zoals u dat noemt- nemen we weg door de eindtermen als minimale doelstellingen te formuleren en dus is er nog veel vrijheid voor de leerkracht. Helaas zijn er heel wat krachten buiten de overheid die allerlei “pedagogische adviezen” afvuren op leerkrachten en scholen. Dit creëert bij leerkrachten en scholen en vorm van angst. De angst om verkeerd te doen omdat een aantal van die pedagogische adviezen haaks staan op de ervaring en praktijkkennis van leerkrachten. Zo zijn taalbaden Nederlands mogelijk voor leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen. Er zijn echter nauwelijks scholen die dergelijke taalbaden durven inrichten, ook al zien ze dagdagelijks de noodzaak, omdat hun koepels aanraden dit niet te doen. Die angst en vertwijfeling vreet energie bij leerkrachten en leerlingen en dat betreur ik.

Ook in de lessenrooster zit ruimte zowel binnen de 27 uur basisvorming als in de 5 uur uitbreiding per week in het eerste jaar secundair. Naast basiskennis , waarbij we streven dat iedereen die verwerft; zijn er ook vijf uren om ofwel te remediëren bij zwakkere leerlingen ofwel uit te dagen bij sterkere leerlingen. Tenslotte moet men een school en haar onderwijs afrekenen op de leerwinst en niet op of de leerlingen het plezant vonden.

Ouders moeten hun kinderen niet vragen “Was het leuk op school? “ maar “Wat heb je vandaag geleerd?”.

De onderwijshervorming werd te veel door sociologen in plaats van pedagogen aangestuurd, en dat levert ons de resultaten op die we vandaag zien. Er wordt immers gepredikt dat alle leerlingen gelijk zijn, maar dat is niet zo. Iedereen die 2 kinderen heeft, ziet het verschil. Gelijke onderwijskansen worden veelal én verkeerdelijk voorgesteld als gelijke uitkomsten. Onze 15-jarigen hadden in een internationale vergelijking de laagste prestatiemotivatie van alle deelnemende landen. Ze hadden zelfs een negatieve prestatiemotivatie. Uitdrukkingen als “boeit niet” en “wat maakt het uit” zijn wat mij betreft de grootste bedreiging voor de ontwikkeling van die jongeren en van Vlaanderen. De weg van de minste weerstand resulteert immers in weinig leerwinst laat staan de gedrevenheid om na de schooljaren bij te leren.

GeenPoespas: Tenslotte nog een zeer heikel punt. Vandaag is er concurrentie tussen de scholen op basis van perceptie: de leerlingen die er gaan, de inrichting en uitstraling van de gebouwen, de reputatie van leraren en afgestudeerden,... alles behalve harde cijfers die zoals in Nederland met het CITO duidelijk maken hoe effectief een school is in de kennisoverdracht. Wat of wie houdt ons tegen om centrale toetsen als eindexamen in te voeren?


Koen Daniëls: Wij hebben geen CITO zoals in Nederland maar we hebben wel paralleltoetsen en de peilingsproeven en die zijn een goed alternatief. Ze hebben de voordelen van een gestandaardiseerde wetenschappelijk gefundeerde toets zonder de nadelen van een landelijk bekende toets zoals CITO die hanteert.

Want de CITO-toets kan leiden tot onderwijs dat zich te eenzijdig focust op het louter verbeteren van de CITO scores zonder dat er echte vaardigheden, duurzame kennis of attitudes aan bod komen. Verder kan het leiden tot rankings tussen scholen die een vorm van info geven, maar niet alles weergeven. Een school die bij voorbeeld veel sport over de middag organiseert, die inzet op bv technische kennis die niet aan bod komt in een CITO-test valt uit de rankings.

Met de parallel toetsen kan de school haar relatieve positie bepalen zonder dat dit publiek gemaakt wordt en verbeterinitiatieven ontwikkelen. De validatie kan dus intern gebeuren. Idem voor de peilingsproeven waarmee de school haar positie in het onderwijslandschap kan bepalen.

Overigens weten we perfect via de slaagkansen in hoger onderwijs en via de VDAB wat de goede en wat de minder goede scholen zijn. Maar wij hebben in Vlaanderen dus nood aan meer van dergelijke informatie want doen alsof alle scholen topscholen zijn is onszelf blaasjes wijsmaken.


GeenPoespas: Wat het vaktechnische inhoudt, zijn stages en leerwerkplekken zeer geschikt. Als ik zie hoe lang een stage in Nederland mag duren (en hoe de student er ook nog voor vergoed wordt) en hoe dat in Vlaanderen gebeurt dan zie ik toch wel mogelijkheden voor verbetering. Wat is uw mening hierover?


Koen Daniëls: Duaal leren is er eindelijk door. Dit was ons strijdpunt met als motto “Schoolmoe zijn betekent niet leermoe zijn”. Het is een positief verhaal waarbij iedereen wint: het bedrijfsleven dat beter inzetbare en gemotiveerde medewerkers kan aantrekken, de scholen die minder in zware en dure technologie moeten investeren die sneller veroudert dan de afschrijvingsperiode, leerlingen die leren op de werkplek en leerkrachten die een veel nauwer contact hebben met het afnemend veld . Een goed voorbeeld is Audi in Vorst dat met lasrobots werkt. Welke school kan zich zulke dure apparatuur veroorloven? Geen enkele. En de kritiek dat die leerlingen enkel leren werken op die robot is echt zever. Het gaat immers over het denkwerk achter de programmeerprocedures. Welke knoppen je exact moet indrukken op een ander merk van machine leer je snel.

(nvdr: Op dit moment loopt er een campagne voor duaal leren: https://www.duaalleren.vlaanderen/ )

Schoolmoe zijn betekent niet leermoe zijn

GeenPoespas: Er is sprake van lerarentekort. Zou het inschakelen van mensen uit het bedrijfsleven die enkele uren per week lesgeven een oplossing zijn? Zo nee, wat zijn, de voornaamste hindernissen?


Koen Daniëls: Zij-instroom van mensen uit het bedrijfsleven in de scholen is voor iedereen een meerwaarde. Leerlingen genieten van leerkrachten die uit hun eigen ervaring kunnen vertellen en voormalige werknemers genieten van het feit dat ze hun know-how kunnen doorgeven. Bij de vakbonden hoor ik echter gemor omdat ze denken dat mensen gaan komen uitbollen in onderwijs. Dat is de realiteit onrecht aandoen.


GeenPoespas: Je kan dat ook in het licht van anders werken bekijken


Koen Daniëls: Inderdaad, waarom zou je op rijpere leeftijd niet wat vrij kunnen nemen van je job om les te geven als praktijkleraar?

Onze verloning in het onderwijs is goed, maar de inschaling van mensen uit de praktijk is dat niet: je kan maximum tien jaar anciënniteit claimen als je les gaat geven na een baan. En dat geldt dan enkel voor praktijkleraren. Wie wiskunde of talen wil geven is gezien.

VOKA met de nieuwe voorzitter Wouter De Geest staat zeker positief tegenover het bevorderen van de zij-instroom.


GeenPoespas: Scholen hebben niet langer het monopolie op kennisoverdracht, hoe moeten besturen, directies en leerkrachten daarmee omgaan?

Koen Daniëls: De school blijft verantwoordelijk voor het aanreiken van basiskennis die als referentiekader dient om in dat uitgebreide aanbod van informatie, kennis en leerstof op het www zijn weg te vinden en kritisch om te gaan met wat er aangeboden wordt. Het “computational thinking”, analytisch denken dat zowel bij het kritisch evalueren van teksten als van cijfers nodig is, moeten we verder versterken, maar dat kan niet zonder een stevig fundament aan basiskennis en –kunde.

En ja, dat vraagt een inspanning. Dat is niet altijd leuk. Ik vergelijk het met fietsen, zodra die zijwieltjes eraf gaan val je een paar keer en dat is niet leuk. Maar enkel zo leer je fietsen. Als we stoppen met de zijwieltjes eraf te halen –omdat vallen “niet leuk is”- zal je nooit leren fietsen. Dus, graag een ambitieus onderwijs dat afgerekend wordt op de leerwinst en dat iedereen uitdaagt.


GeenPoespas: De laatste legislatuur werd er veel nadruk op STEM gelegd. Heeft u een zicht op de uitstroom van technische beroepen? M.a.w. van elke 100 technische afgestudeerden komen er hoeveel daadwerkelijk in een technisch beroep terecht? Zijn daar longitudinale studies van?


Koen Daniëls: U haalt terecht aan dat longitudinale studies belangrijk zijn. We weten wel wie uit welke studierichting komt er hoeveel tijd over doet om een job te hebben, maar waar ze exact terecht komen weten we niet. De data gekoppeld aan het rijksregister hebben we wel in verschillende databanken, maar omwille van privacyredenen wordt dit niet gebruikt. Persoonlijk stel ik me daar soms wel vragen over, want het zou een schat aan informatie kunnen geven. We moeten wel opletten, want “motivatie” zit in geen enkele databank. Ik heb oud-leerlingen van mij die nu met veel verve een aantal private kinderdagverblijven uitbaten. Louter op basis van diploma kan je dat niet uit een databank halen.


Wie is Koen Daniëls?


Koen Daniëls

Daniëls behaalde in 2001 een master in de pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven en volgde in 2013 een managementopleiding aan de Vlerick Business School. Hij werkte twee jaar als wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de KUL en werd vervolgens leerkracht en stagebegeleider in het Technisch Instituut Sint-Carolus in Sint-Niklaas. Van 2009 tot 2014 was hij als raadgever onderwijs actief binnen de cel algemeen beleid van het politiek kabinet van viceminister-president Geert Bourgeois.

Vandaag is hij Vlaams parlementslid, eerste ondervoorzitter van de commissie onderwijs en een pleitbezorger van kwalitatief en ambitieus onderwijs dat de realiteit van een klas anno 2018 wil zien.


#duaalleren #onderwijs #koendaniels

423 keer bekeken

© 2018 door Lingua Franca Bergstraat 14A B-9190 Stekene BE0440 922 804

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon